China en hegemonie
Samenvatting: de huidige machtsstrijd tussen de VS en China weerspiegelt theorieën van hegemoniale stabiliteit, waarbij overstretching en 'free-riding' de positie van de gevestigde grootmacht verzwakken. China daagt de wereldorde uit door de opbouw van een parallel systeem met geavanceerde technologische kennis in AI en strategische controle over zeldzame aardmetalen. Terwijl de VS neigt naar isolationisme, bouwt China een assertievere positie op in de mondiale machtsverhoudingen.
Introductie
Niets zo fascinerend als een theorie die tot leven komt in de praktijk. De huidige machtsstrijd tussen China en de VS ontplooit zich volgens de principes van de Power Transition Theory (PTT) en de Hegemonic Stability Theory (HST).
Volgens de PTT wordt de heersende hegemoon uitgedaagd door een opkomende grootmacht, wat meestal resulteert in een hegemoniestrijd.
De HST benadrukt de stabiliserende rol van de heersende hegemoon voor de wereldorde. Echter door free-riders en het regelen van internationale publieke goederen (o.a. vrede, veiligheid, vrije doorgang van scheepvaartroutes en open handelssysteem), geleidelijk zijn ondergang tegemoet gaat.
Wat is een hegemoon?
Volgens de HST is een hegemoon een grootmacht die bereid en in staat is om de verantwoordelijkheid voor de stabiliteit en welvaart van de wereldorde op zich te nemen. Hij zal daarbij de bestaande wereldorde willen veranderen naar zijn eigen regels en normen of een nieuwe wereldorde creëren. Zijn eigen belang staat daarbij voorop en hij zal een inschatting maken of de verwachte baten groter zijn dan de kosten.
De grootmacht kan dit doen, doordat hij superieur is op economisch, financieel, technisch en militair gebied. Controle over grondstoffen en financiële markten is daarbij belangrijk en genoeg financiële middelen voor militaire interventies, om bondgenoten te helpen en om de internationale economie aan te sturen. Hij moet ook als wereldleider worden geaccepteerd door andere landen. Zij zullen de hegemoon om hulp vragen bij regionale conflicten (denk aan Amerikaanse interventie bij Oekraïne).
Dilemma van de Hegemoon
Een nieuwe hegemoon zet een wereldorde op die onvermijdelijk tot zijn eigen ondergang leidt, doordat er veel financiële middelen nodig zijn om de stabiliteit van de wereldorde in stand te houden en hij zijn dominante positie wil handhaven. Dit wordt het “Dilemma van de Hegemoon” genoemd. Grijpt hij in, dan kost dat geld, grijpt hij niet in, dan verliest hij aan gezag en profileren andere partijen zich als bemiddelaar.
Bondgenoten profiteren van de hegemoon, wanneer hij de nieuwste kennis en technologie (bijv. bij Iron Dome raketafweersysteem van Israël, zie Afbeelding 1) met hen deelt. Staten liften mee op de bestaande wereldorde zonder mee te dragen in de kosten, een verschijnsel dat “free-riding” wordt genoemd.
Afbeelding 1. Iron Dome luchtafweersysteem.
Bron: Rafael Advanced Defense Systems Ltd.
Wanneer de grootmacht andere landen helpt (de VS was met haar Engagement Strategy voorstander van een permanente zetel voor China in de Veiligheidsraad en haar lidmaatschap van de WTO), leidt dit tot de ontwikkeling van die landen en zij kunnen zich vervolgens ontwikkelen tot een concurrent van de hegemoon.
Dit alles betekent een financiële aderlating door de grootmacht. Bondgenoten helpen levert vaak uitsluitend prestige op. President Trump erkende dit toen hij in zijn inaugurele toespraak zei: “We hebben andere landen rijk gemaakt waarbij de rijkdom, kracht en het zelfvertrouwen van ons volk achter de horizon is verdwenen.” (vert.)

Overstretching
Het risico van overstretching ligt op de loer, als je als grootmacht je invloed overal wilt/moet laat gelden (denk aan de Amerikaanse interventies in Irak, Iran, Afghanistan, maar ook aan het Belt and Road Initiative van China). Je mengen in buitenlandse conflicten wereldwijd door troepen en wapens te sturen, regimewisselingen bewerkstelligen of troepen langdurig stationeren in een ander land om de orde in de regio te bewaren, kan een hegemoon uitputten. Overstretching heeft in het verleden geleid tot de val van hegemonen (o.a. Romeinse rijk en Britse rijk).
Trump heeft tijdens zijn regeringsperiode initiatieven genomen voor besparing op overheidsuitgaven die niet in het “America First” plaatje passen. Hij heeft Amerikaanse troepen, gestationeerd in verschillende landen, teruggetrokken, o.a. uit Afghanistan en Duitsland, of zich afzijdig gehouden van conflicten (“Let them Fight” strategie). Ook trok hij de stekker uit USAID (zie Afbeelding 2), een Amerikaans soft power initiatief.
Afbeelding 2. USAID Bron: NBC News.
Het lijkt erop dat het Amerikaanse isolationisme toeneemt en het Amerikaanse publiek steeds minder warmloopt voor buitenlandse missies die de Amerikaanse schatkist leegtrekken. De “America First” slogan past in het grotere plaatje van het huidige Amerikaans isolationisme, waarin Amerikaanse inmenging in buitenlandse aangelegenheden aan het afnemen is.

Opkomende hegemoon
Wanneer we in termen van de PTT gaan spreken, zien we dat de VS, als heersende hegemoon, China als opkomende nieuwe uitdager van de wereldorde treft. Het wantrouwen dat tussen beide partijen bestaat, kan leiden tot een strijd tussen beide grootmachten die de wereldorde zal veranderen. Deze situatie wordt de Thucydides Trap genoemd.
Na de machtsstrijd zal de hegemonie-cyclus zich herhalen: verandering en stabiliteit, groei en expansie, evenwicht en neergang, strijd tussen de hegemonen en internationale verandering.
Nu rijst de vraag of China de nieuwe heersende hegemoon kan/wil worden en qua macht de VS evenaart. China lijkt (nog) niet bereid om het stokje over te nemen van de VS en heeft tot nu toe meegelift op de bestaande wereldorde.
De grootmacht maakt wel steeds explicieter haar eigen normen en waarden kenbaar (bijv. geen inmenging in interne aangelegenheden, dual-use van technologie, belang van stabiliteit en staatskapitalisme) en wordt steeds assertiever in het verdedigen van haar eigen maritiem-territoriale belangen in de Zuid-Chinese Zee en Taiwan. Het land is bezig met het creëren van haar eigen versie van een nieuwe wereldorde parallel aan de bestaande met het opzetten van financiële instellingen (o.a. AIIB en China Development Bank) naar Bretton Woods model en het aangaan van allianties zoals de BRICS die financiële transacties in eigen valuta (dedollarisatie) afsluiten.
Qua technologie zet China sterk in op AI. Dit blijkt ook uit de recentelijk in Shanghai opgerichte World Artificial Intelligence Cooperation Organization (WAICO) (zie Afbeelding 3) en de eerder gelanceerde AI-platforms DeepSeek en Kimi K3.
Afbeelding 3. WAICO Bron: BRICS Expert Council Russia
Op het gebied van grondstoffen heeft China een bijna-monopolie op de verwerking van zeldzame aardmetalen en het gebruikt deze machtspositie om de VS (en andere landen) onder druk te zetten.
Ook is China bezig met de modernisering en uitbreiding van haar leger en beschikt daarbij over intercontinentale ballistische raketten die de VS kunnen bereiken. Belangrijker doelwit is echter Taiwan. Voor de invasie daarvan beschikt China nog niet over de benodigde middelen en technologie (o.a. strategisch luchttransport).
Doordat China bij het verlenen van hulp of het doen van investeringen geen eisen stelt op het gebied van ideologie of godsdienst, zoals de VS dat doorgaans wel doet (bijv. Structural Adjustment Program van IMF), zien veel landen in het Mondiale Zuiden China als een goed alternatief voor de VS. Zo biedt China tegenwicht aan de Amerikaanse dominantie.
Qua soft power zien we de trend “Chinamaxxing” waarbij de Chinese cultuur een sterke aantrekkingskracht heeft op buitenlandse jongeren en China een populaire (en goedkope) reisbestemming wordt.
China heeft veel geld uitgegeven om haar macht uit te breiden, bijv. met het Belt and Road Initiative (BRI) met investeringen in infrastructuur en logistiek, het oprichten van investeringsbanken en wereldwijde investeringen in grondstoffen en technologie en loopt op haar beurt het risico van overstretching.
De Chinese overheid lijkt inmiddels te zijn afgestapt van grote infrastructuurprojecten waarbij verschillende landen in de zgn. debt trap terecht kwamen en hun Chinese leningen niet terug konden betalen. In plaats daarvan richt het land zich op dominantie in grondstoffen en productieketens.
Conclusie
De huidige spanningen tussen de VS en China markeren het begin van een structurele rivaliteit om de wereldwijde dominantie. Hoewel de Amerikaanse positie als wereldleider vooralsnog behouden blijft, breidt de Chinese invloed zich snel uit en wijst de handelsoorlog op een langdurige strategische competitie.
